Risicobeoordeling voor installaties en processen
De meest voor de hand liggende systematiek voor het uitvoeren van een risicobeoordeling is beschreven in de Europese norm EN-ISO-14121-1. Deze norm wordt ook aanbevolen in beleidsregel 7.3 - 4.
Risicobeoordeling voor grote complexe installaties
Voor grotere complexe installaties is deze risicobeoordeling vaak niet voldoende. Voor deze installaties moet een risicobeoordeling veel dieper gaan en de faalkans van componenten als uitgangspunt nemen. Veel gebruikte technieken hiervoor zijn HAZOP en FME(C)A.
Bij het vaststellen van de risico’s zijn verschillende hulpmiddelen mogelijk.
We kennen twee benaderingsmethoden:
- Deductief: de uiteindelijke gebeurtenis wordt aangenomen, de oorzaken worden erbij gezocht
- Inductief: een storing van een component wordt aangenomen, de gevolgen worden erbij gezocht
Hulpmiddelen:
- Preliminary Hazard Analysis (PHA); deductief. bijvoorbeeld aan de start van een project.
- Hazard and Operability Study (HAZOP); voor een geheel fabriekscomplex; inductief.
- WHAT-IF-Method; voor eenvoudige processen; met behulp van een checklist. inductief.
- Failure Mode and Effect Analysis (FMEA); inductief; voor iedere component wordt iedere mogelijke storing bekeken; uitgebreid.
- DEFI-Method; voor software. Inductief.
- Method Organised for a Systemic Analysis of Risks (MOSAR Method); zeer uitgebreid. Inductief
- Fault Tree Analysis (FTA); niet voor identificatie, maar voor analyse van gevaren. Deductief.
- DELPHI-Technique; door meerdere interviewstappen met experts; bij ieder volgend interview wordt de informatie uit het vorig interview meegenomen. Deductief.
- Risicograaf of Fine & Kinney methodiek: identificatie van gevaren en kwantificering van risico´s. Deductief.
Veiligheid van installaties
Process Safety trainingen