Risico’s elektriciteit onderschat

31/12/10

Iedereen heeft met elektriciteit te maken, maar dat wil niet zeggen dat iedereen ook met de twee grote risico’s van elektriciteit te maken heeft: het aanraken van draden of apparaten onder spanning of het maken van korsluiting. In dit artikel richt consultant John Bal zich op de risico’s die kunnen ontstaan tijdens het werken aan installaties en apparatuur.

tekst: john Bal¹ foto’s: denf

Elektrische risico’s op arbeidsmiddelen zijn bijna bij alle beroepen en functies aanwezig. Het hoogste risico ontstaat wanneer  mensen elektrotechnische werkzaamheden gaan uitvoeren aan een installatie of machine. Elektrotechnische werkzaamheden kun je opsplitsen in een tweetal categorieën: namelijk diegene die elektrotechnische werkzaamheden uitvoeren en diegene die werken met de installaties en apparatuur. Werknememers die elektrotechnische werkzaamheden
aan installaties en apparatuur uitvoeren lopen een groot risico op het in contact komen met onder spanning staande delen of verbranding door een vlamboog bij kortsluiting. Die risico’s kunnen ontstaan tijdens werkzaamheden zoals:

  • De bouw
  • Reparaties aan de installatie ten gevolge van bijvoorbeeld
  • Storingen.
  • Uitbreiding/aanpassingen/revisie.
  • Uitvoeren van inspectie en het zoeken naar mogelijke storingen.

Personen die met elektrotechnische installaties en apparatuur werken lopen het risico op het indirect in contact
komen met elektrische delen door een defect in de installatie of aan de apparatuur. Denk hierbij aan nietelektrotechnisch
onderlegd personeel zoals schoonmaakpersoneel en machine operators. Mogelijke letsel is soms elektrocutie maar kan ook zeker resulteren in kneuzingen en botbreuken of zelfs erger door het vallen van een ladder of trap door een schrikreactie. Andere vormen van contact met elektriciteit zijn:

  • Elektromagnetische velden (beknelling door het onverwachts anders reageren van de machine).
  • Laagfrequent RF-golven (brandwonden en oogletsel). 
  • Infrarood straling (brandwonden en oogletsel).
  • Ultraviolette straling (huidkanker).
  • Statische elektriciteit (explosie van een brandbaar poeder, gas, vloeistof of een hybride mengsel).

Risicobeoordeling

Volgens de Arbowet artikel 5 zijn werkgevers verplicht om een risico-inventarisatie en- evaluatie (RI&E) uit te voeren. Een RI&E brengt alle risico’s binnen het bedrijf in kaart. Elk risico krijgt een wegingsfactor volgens een beoordelingmethodiek (risico-inschatting). Een RI&E is vrij uitgebreid en kijkt naar de gehele bedrijfsorganisatie. Een onderdeel is het controleren van de arbeidsmiddelen/machines. Bij machineveiligheid spreken we over het uitvoeren van een risicobeoordeling. Hanteer voor het uitvoeren van een risicobeoordeling aan machines de normen NEN-EN-ISO 14121 deel 1 & 2 Risicobeoordeling. De praktijk leert ons dat in de risicobeoordeling van machines vaak dezelfde elektrische risico’s naar voren komen. Het gaat vaak om installaties en apparatuur om indirect contact, door diverse redenen, met delen onder spanning.

Deze risico’s zijn door een leek waar te nemen tijdens een check die plaatsvindt voordat met het arbeidsmiddel wordt gewerkt. De werknemer moet hier melding van maken waarop het gevaar door reparatie is weg te nemen. Op basis van de risicobeoordeling kun je veiligheidsmaatregelen formuleren. Beschrijf de veiligheidsmaatregelen vervolgens in een plan van aanpak. Pas hierbij de volgende prioriteitsvolgorde (arbeidshygiënische volgorde) toe:

  1. Vermijd risico’s door bronaanpak (hanteren veiligheidsafstanden en voorkomen scherpe delen, kanten en uitstekende delen).
  2. Voorkom of beperk gevaren (beveiligen door plaatsen van vaste afschermingen en elektrische beveiligingen zoals lichtschermen, functieblokkerende afschermingen en een/twee handenbediening).
  3. Verminder blootstelling door bijvoorbeeld organisatorische maatregelen.
  4. Bepaal arbeidsbescherming (persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering).
  5. Geef specifieke bescherming (werkinstructies).

Klik hier voor de top-5 meest voorkomende tekortkomingen bij het uitvoeren van een risicobeoordeling. Het overzicht is voorzien van beeldmateriaal.  

Inspecties

De NEN-EN 50110 (deel 1 & 2) en NEN 3140 geven eisen weer voor de veilige bedrijfsvoering van en de werkzaamheden aan, met of nabij elektrische installaties. Tevens zijn deze normen van toepassing op het gebruik, het onderhoud en het beheer van elektrische arbeidsmiddelen (en dus ook machines). In deze normen staat verder beschreven dat elektrische installaties met passende regelmaat moeten worden geïnspecteerd. Het doel van deze inspecties is tweeledig, namelijk:

  1. Controle of de elektrische installatie voldoet aan de technische- en veiligheidsvoorschriften zoals deze staan weergegeven in de geldende normen.
  2. 2. Het ontdekken van gebreken die bijvoorbeeld tijdens het gebruik of door veroudering bij opslag zijn
    ontstaan.

Gebruik van normen

Voer voor de oplevering en tijdens het gebruik van de installatie/machine inspecties uit om elektrische gevaren te voorkomen. Maak gebruik van de NEN 1010, met betrekking tot inspecties aan installaties. Voor de elektrische uitrusting van machines is dit de NEN-EN-IEC 60204-1 (hoofdstuk 18). In de NEN 3140 is een bijlage opgenomen (Bijlage 5) waarmee de inspectiefrequentie voor de arbeidsmiddelen is vast te stellen. Zes factoren bepalen de inspectiefrequentie:

  1. Soort gebruiker (leerling, leek, niet specifiek opgeleid personeel, personeel met elektrotechnische opleiding).
  2. De kwaliteit van de installatie (in hoeverre voldoet de installatie aan de norm).
  3. De omgeving (is het een schone omgeving, is er een explosieve atmosfeer aanwezig).
  4. De mate van toezicht. 
  5. Het letsel (één of meerdere werknemers).
  6. De ervaring met ongevallen.

Vul de som van factoren in een figuur in. Hieruit volgt de inspectiefrequentie. Het is sterk aan te raden om tijdens de inspectie op de elektrische risico’s ook een risicobeoordeling uit te voeren op de mechanische risico’s zoals beknellingsgevaar tussen bewegende delen doordat bijvoorbeeld een vaste afscherming is weggenomen of een deurbeveiliging op een functieblokkerende afscherming is overbrugd. Het opstellen van een keuringsregime en het bepalen van een inspectiefrequentie zoals dit staat beschreven in de norm NEN 3140 en NEN-EN 50110 (deel 1 & 2) is sterk aan te raden. Kijk tijdens deze inspecties niet alleen naar de elektrische risico’s maar neem ook de mechanische risico’s hierin  mee om zo veilige arbeidsmiddelen te krijgen en het aantal ongevallen te verminderen.

Geschreven door: John Bal is consultant en trainer bij D&F Consulting. Verschenen in december 2010.

Neem contact met mij op

versturen

Of bel ons direct op

076 5040 340