Stand der techniek, noodzaak of bijzaak?

09/07/12

Klopt de stelling dat je als gebruiker/beheerder van arbeidsmiddelen verplicht bent de ‘stand der techniek’ te volgen? Zijn er wettelijke verplichtingen op dit punt, of is dit een onderdeel van ‘goed werkgeverschap’? Hoe verhouden zich deze aspecten tussen werkgevers en fabrikanten?

Definitie stand der techniek

Wat versta je precies onder ‘de stand der techniek’? Een definitie kan zijn: het hoogste niveau van technische ontwikkeling dat op een bepaald tijdstip is bereikt. Deze ontwikkelingen zijn doorgaans zeer specifiek, vinden plaats op onvoorspelbare locaties en tijdstippen en variëren per vakgebied of fractie daarvan. Zelfs de ‘de stand der zitmaaiertechniek’ blijft een containerbegrip: elk van de delen aandrijving, besturing, emissie, snijtechniek en grasopvang kent zijn eigen technische stand.

Normen

Harmonisatie van (veiligheids)voorschriften lijkt hierop een passend antwoord. Nederlandse, Europese en internationale normen geven gedetailleerde instructies voor de uitvoering van werkzaamheden of producten. Toch doemt bij zelfs succesvolle harmonisatie een probleem op: de voortschrijdende techniek heeft een ruime voorsprong op alles wat pas na uitgebreid nationaal of internationaal overleg als consensus bereikt wordt. Toch gelden deze normen vaak als ‘stand der techniek’, juist vanwege deze consensus. Omdat dit harmonisatietraject per definitie achterloopt op de actuele stand der techniek, kunnen we niet spreken van ‘laatste stand der techniek’ en moeten we enkele jaren achterstand voor lief nemen. 
De ‘stand der techniek’ is niet eenduidig vastgelegd. Europese (en andere) normen bieden een redelijke weergave hiervan, omdat hierover brede overeenstemming is bereikt.

Fabrikanten en gebruikers

Even terug naar de al dan niet vermeende verplichting om de stand der techniek te volgen. Hierin maak ik onderscheid tussen fabrikanten en gebruikers, omdat deze partijen op verschillende manieren met de stand der techniek te maken hebben. 

Stand der techniek voor fabrikant

De fabrikant ontwikkelt nieuwe producten en brengt deze op de markt; fabrikanten bevinden zich dus dicht bij het vuur waar het de stand der techniek betreft. Als deze producten onder Europese productrichtlijnen vallen, ligt er een logische koppeling naar de Europese geharmoniseerde normen. Denk bijvoorbeeld aan de richtlijnen voor machines, drukapparatuur, explosieveilige producten etc. met elk een goed ontwikkelde normenrange, waarin tot op redelijke hoogte de stand der techniek wordt weergegeven. Voor fabrikanten is het dus logisch om de stand der techniek toe te passen, die hen bovendien via normen wordt aangereikt.

Veiligheidsaspecten binnen stand der techniek

Daarnaast wordt ook van de fabrikant verwacht dat hij de stand der techniek volgt; de Machinerichtlijn 2006/42/EG  spreekt in overweging 14 over ‘oordeelkundige toepassing van de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen, rekening houdend met de stand van de technologie ten tijde van de bouw‘.
De stand der techniek kan echter ook een belemmering voor de veiligheidsaspecten zijn. Als de veiligheidseisen ‘niet kunnen worden bereikt gezien de stand van de techniek’, moet de fabrikant die ‘bij het ontwerp en de bouw van de machine zoveel mogelijk nastreven’ (Bijlage I, Algemene beginselen, punt 3).Voor Europese normalisatie-organisaties geldt op overeenkomstige wijze dat de opgestelde normen dienen ‘te zorgen voor een niveau van veiligheid dat gebaseerd is op de stand van de techniek’ (overweging 6).  De fabrikant is verplicht de stand der techniek na te streven, en wordt daarin ondersteund door de Europese normen.

Stand der techniek voor gebruiker

Lastiger liggen deze aspecten bij gebruikers (werkgevers/eigenaren/beheerders) van arbeidsmiddelen, vooral waar het oudere arbeidsmiddelen betreft. Recent aangeschafte arbeidsmiddelen voldoen, uitgaande van ‘nieuw gekocht’, aan de eisen van de productrichtlijnen en zijn qua stand der techniek dus actueel. Bij oudere arbeidsmiddelen is dit niet het geval; soms dateren ze uit de jaren zestig of zeventig waarin men voor de veiligheidsaspecten minder aandacht had.
Analoog aan de Europese productrichtlijnen geldt voor arbeidsmiddelen in de gebruiksfase de Richtlijn Arbeidsmiddelen, in Nederland opgenomen in de Arbowet (Arbobesluit, met name hoofdstuk 7).  Hierin wordt een minimum veiligheidsniveau gedefinieerd, waarvoor echter geen criteria gelden zoals de fabrikant ze wel heeft in de vorm van Europese (nieuwbouw)normen.  Natuurlijk kunnen de nieuwbouwnormen met hun actuele stand der techniek als richtingaanwijzer dienen, maar is de werkgever nu verplicht om voor bestaande arbeidsmiddelen nieuwbouwnormen toe te passen? De antwoorden ‘ja’ en ‘nee’ kunnen beide aanzienlijke consequenties hebben: ‘ja’ kan flinke investeringen opleveren of zelfs directe vervanging van arbeidsmiddelen, ‘nee’ kan betekenen dat de veiligheid niet afdoende gewaarborgd is.

Wetgeving

Wat vraagt de wet op dit punt van de gebruiker / werkgever? Allereerst dat hij alle risico’s van zijn bedrijf in kaart brengt en passende maatregelen voorziet (RI&E, Arbowet artikel 5). Vaak worden de arbeidsmiddelen ondergebracht in een deel-RI&E, waarbij per arbeidsmiddel of groep gelijksoortige arbeidsmiddelen een risicobeoordeling uitgevoerd wordt.
Verder moet de werkgever ook toetsen aan de minimum veiligheidseisen van de Richtlijn Arbeidsmiddelen zelf (of, zo u wilt, het Arbobesluit).

Een interessant statement over de veiligheidsverhouding tussen nieuwe en bestaande arbeidsmiddelen staat in de richtlijn Arbeidsmiddelen, Bijlage I (minimumvoorschriften), hoofdstuk 1 Algemene opmerking: ‘De onderstaande minimumvoorschriften, voor zover van toepassing op arbeidsmiddelen die in gebruik zijn, vergen niet noodzakelijkerwijs dezelfde maatregelen als de essentiële eisen die van toepassing zijn op nieuwe arbeidsmiddelen.’ Dit betekent dat onze vraag niet eenduidig met ja of nee te beantwoorden valt, maar dat er mogelijk meer criteria van toepassing zijn waaraan deze vraag getoetst moet worden.

  • Laten we eerst de overige relevante wetgevingsdelen hierop naslaan.
    De Arbowet spreekt, waar het arbobeleid in de brede zin betreft (hoofdstuk 2, artikel 3) over ‘zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden,  gelet op de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening, …’. Hier wordt eerder een relatief streven dan een absolute eis uitgedrukt. 
  • In de Beleidsregels (de onderste laag van de Arbowet, die geen wetskracht bezit) werd voorheen naar Europese geharmoniseerde normen verwezen, voor bijvoorbeeld besturingsveiligheid (Beleidsregel 7.13,   Bedieningssystemen:  ‘Een bedieningssysteem is veilig, (…) indien het voldoet aan het gestelde in NEN-EN 954-1:1997 "Veiligheid van machines – Onderdelen van besturingssystemen met een veiligheidsfunctie – Deel 1: Algemene ontwerpbeginselen.’ De beleidsregels worden echter uitgefaseerd en vervangen door arbocatalogi, waarin niet of beperkt aan (nieuwbouw)normen wordt gerefereerd.
  • De Kaderrichtlijn, die in algemene termen de zorgplicht van de werkgevers en werknemers adresseert en waarvan de richtlijn Arbeidsmiddelen één van de ‘bijzondere richtlijnen’ is, spreekt over ‘rekening houden met de ontwikkeling van de techniek’. Deze term staat dan in het kader van passende risicobeheersingsmaatregelen,  als één van de preventieprincipes bij het toepassen van veiligheidsmaatregelen (hoofdstuk 1, artikel 6, lid 2e). ‘Rekening houden met’ is iets anders dan ‘verplicht toepassen van’: ook hier wordt in relatieve zin gesproken.
  • De wetgeving voor de werkgever / gebruiker eist geen ‘toepassing’, maar ‘inachtneming’ van de stand der techniek.

Veiligheidsvoorzieningen

  • Wat is dan een duidelijk criterium voor de verplichtingen ten aanzien van toepassing van de stand der techniek? Het antwoord ligt in het verlengde van de doelstelling van de veiligheidswet- en regelgeving, namelijk de factor veiligheid.
    Of beter gezegd: risico als product van kans en effect.
  • Een bestaande beveiliging volgens de ‘op één na laatste stand der techniek’ (bijvoorbeeld een veiligheidscircuit volgens norm EN 954-1, waar in 2012 de SIL- of PL-methodiek voor in de plaats gekomen is) kan uitstekend voldoen, mits dit natuurlijk uit de risicobeoordeling blijkt. Ook de 1m hoge balustrade van een bestaand machinebordes is een goed voorbeeld: volgens de nieuwbouwnorm behoort deze 1100 mm hoog te zijn (EN 14122-3, §7.1). Door de bestaande balustrade 10 cm. te verhogen pas je weliswaar de stand der techniek toe, maar (tenzij het een specifieke situatie betreft en dit uit de beoordeling blijkt) is er geen sprake van een significante veiligheidstoename.
    Overigens moeten nieuwe veiligheidsvoorzieningen die op bestaande arbeidsmiddelen aangebracht worden, wél voldoen aan de stand der techniek. De gebruiker moet rekening houden met de stand der techniek. Toepassing van nieuwbouwnormen is afhankelijk van de risicosetting.

Geschreven door: Peter Mesie, senior consultant bij D&F Consulting BV
Gepubliceerd in het vakblad Safet Magazine, nummer 3 - 2012.

Neem contact met mij op

versturen

Of bel ons direct op

076 5040 340