Vijf veelvoorkomende misvattingen over CE en machineveiligheid

17/06/21

Als consultant machineveiligheid maak je kennis met een grote diversiteit aan bedrijven, fabrikanten en producenten. Opvallend is dat bij veel bedrijven uit diverse branches vaak dezelfde misvattingen bestaan over machineveiligheid en CE-markering. Enkele oorzaken hiervoor kunnen zijn:

  • Er is in de laatste tien jaar enorm veel veranderd op dit gebied. Denk aan de vernieuwde Europese productrichtlijnen en normen, zoals bijvoorbeeld de Machinerichtlijn en de normen Performance Level (PL) en Safety Integrity Level (SIL).
  • De onderlinge samenhang is vaak lastig is te bevatten, doordat de wet- en regelgeving met betrekking tot machineveiligheid vaak als theoretisch en complex wordt beschouwd.

Kortom hoog tijd om eens vijf van deze misverstanden de wereld uit te helpen!

Misverstand 1: CE = veilige machine

Een veel voorkomende en onterechte aanname is dat een machine met CE-markering een veilige machine is (anderzijds is een machine zonder CE-markering ook niet per definitie een onveilige machine). Voor de meeste machinesoorten is de fabrikant vrij om zelf de CE-markering aan te brengen. Hij is er dan uiteraard verantwoordelijk voor dat hij dit proces volledig en op de juiste wijze doorloopt. De praktijk leert echter dat er nog steeds machines verkocht worden met CE-markering terwijl deze niet in overeenstemming zijn met de van toepassing zijnde Europese Productrichtlijnen. Wanneer u als werkgever een machine koopt, bent u verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van uw werknemers welke met die machine moeten werken. De Arbowet stelt u verplicht een RI&E uit te voeren.
Wanneer u concludeert dat de machine niet veilig is, en u van mening bent dat de CE-markering onterecht is aangebracht, is het aan te raden in contact te treden met de fabrikant van de machine. Als u geluk heeft begrijpt de fabrikant uw situatie en is hij bereid (al dan niet tegen extra kosten) de machine voor u ‘veilig’ te maken.
Is de fabrikant het met u oneens of wil hij om andere redenen niet meewerken, dan kunt u hoogstens enige dwang uitoefenen als de machine nog niet volledig betaald is of als u voornemens bent om meer bij hem af te nemen. Is ook dat niet van toepassing, dan heeft u niet veel opties meer. Als u kunt onderbouwen dat de machine op bepaalde punten onveilig is en de fabrikant in gebreke is gebleven, kunt u dit melden bij de Voedsel en Waren Autoriteit 
Klik hier voor meer informatie over de Voedsel en Waren Autoriteit.

De organisatie ‘RAPEX’ kan dan verdere maatregelen nemen, bijvoorbeeld de fabrikant dwingen hun machines terug te roepen en aan te passen, dan wel deze fabrikant en/of machine op een zwarte lijst plaatsen. Bekijk hier de registraties. 

Beide opties zijn echter niet wenselijk omdat u als klant en werkgever al voor een gedwongen feit staat. U heeft namelijk een machine welke onveilig is en daardoor niet (optimaal) te gebruiken is. Deze kan dan een poging wagen de fabrikant te dwingen hun machines terug te roepen en aan te passen of kan de machine op een zwarte lijst plaatsen.

Conclusie: CE ≠ (per definitie) een veilige machine.

Borg in het inkooptraject dat de fabrikant de machine in overeenstemming met de van toepassing zijnde productrichtlijnen levert, door hier vooraf naar te informeren (zijn er ongevallen in de branche bekend, welke richtlijnen en normen heeft de fabrikant toegepast, hoe zien EG-verklaring en gebruiksaanwijzing eruit, etc.). Neem in het contract bijvoorbeeld een voorwaarde op voor medewerking aan, en final payment op basis van een onafhankelijk uitgevoerde conformiteitsbeoordeling. Op die wijze weet de fabrikant wat u verwacht en heeft u een stok achter de deur.

 

Misverstand 2: Ik wil voor mijn werknemers een zo veilig mogelijke machine kopen, dus ik wil een PLe/SIL3 machine!

Allereerst is het natuurlijk een ontzettend goed uitgangspunt om een zo veilig mogelijke machine aan uw werknemers ter beschikking te stellen. Op het eerste gezicht lijkt dit dan ook een logische redenering. De eerste misvatting welke schuilt in deze uitspraak, is dat men spreekt over een PLe of SIL3 ‘machine’. Een PL of SIL niveau (Performance Level of Safety Integrity Level) is een betrouwbaarheidswaarde die (alleen) van toepassing is op de veiligheidsgerelateerde besturingsfuncties van die machine.
Nu kan het in theorie voorkomen dat een machine over een aantal veiligheidsfuncties beschikt die allen zijn uitgevoerd in hetzelfde PL of SIL niveau (of slechts één veiligheidsfunctie, bijvoorbeeld de noodstop). Nog steeds zegt dan het PL of SIL niveau niets over de veiligheid of betrouwbaarheid van de machine, maar enkel iets over de betrouwbaarheid van ‘de veiligheidsfunctie(s)’.
De tweede misvatting zit in het veronderstelde verband tussen een veilige machine en een hoog PL of SIL niveau. Er wordt namelijk beweerd dat een machine waarvan de veiligheidsfuncties zijn uitgevoerd met een hoge betrouwbaarheid, een veilige machine is. Zoals bij de eerste misvatting ook al is aangegeven, zegt een PL of SIL niveau iets over de betrouwbaarheid van veiligheidsfuncties en niets over de betrouwbaarheid van de machine.
Even terug naar het begin. Hoe wordt bepaald of een machine voldoende veilig is? Een fabrikant moet een risicobeoordeling uitvoeren op zijn machine, daarbij ondersteund door Europese normen. Van de gevonden gevaren moet ingeschat worden wat het risico is, en of dat risico eventueel acceptabel is (risico-evaluatie). Wanneer een risico als niet acceptabel wordt verondersteld, moet dat risico gereduceerd worden. De fabrikant moet bij het reduceren van de risico’s een specifieke volgorde aanhouden, namelijk:

  1. gevaar bij de bron aanpakken
  2. afschermen of beveiligen
  3. informeren

(we noemen dat de ‘dwingende volgorde’) 

Wanneer een veiligheidsfunctie wordt toegepast om een risico te reduceren valt deze maatregel in de tweede stap (het is immers een beveiliging). Dit betekent dat er ook risico’s kunnen zijn welke niet middels een veiligheidsfuncties gereduceerd zijn maar door een andere maatregel of combinatie van maatregelen. Een voorbeeld hiervan: het risico van vallend materiaal vanaf een transportband op een werkbordes, is vrijwel onmogelijk met een veiligheidsfunctie te reduceren. Als die machine nu over een aantal PLe of SIL 3 veiligheidsfuncties beschikt, die echter niet kunnen voorkomen dat er materiaal op een lagergelegen werkbordes kan vallen, is de totale machine dan veilig? Nee!

Conclusie: wanneer een machine vol zit met PLe of SIL 3 veiligheidsfuncties, moet u zich juist afvragen of u zo’n machine wel moet aanschaffen.

Dit insinueert namelijk dat die machine in beginsel een onveilige machine is waarbij veel gevaren niet bij de bron (in het ontwerp) weggenomen konden worden maar middels veiligheidsfuncties beveiligd zijn. Als er een alternatieve machine op de markt is waarbij veel van diezelfde gevaren bij de bron zijn aangepakt, is zo’n machine waarschijnlijk een stuk veiliger!

 

Misverstand 3: Beste klant, mijn machine voldoet aan de machinerichtlijn en is dus veilig!

Zoals u net bij de eerste misvatting heeft kunnen lezen, moet u nooit per definitie aannemen dat een CE-gemarkeerde machine veilig is. Maar stel dat deze fabrikant zijn machine compleet in overeenstemming met de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen uit Bijlage I van de machinerichtlijn heeft ontworpen, kunt u er dan vanuit gaan dat de machine veilig is? Het antwoord is ook hier ‘niet per definitie’. Uiteraard zijn de uitgangspunten van de machinerichtlijn gebaseerd op het bereiken van een bepaald veiligheidsniveau. De misvatting die in deze stelling naar voren komt, is dat de machinerichtlijn lang niet de enige Europese productrichtlijn hoeft te zijn die op de machine van toepassing is.
Momenteel bestaan er 33 Europese ‘CE’-productrichtlijnen. Klik hier voor een overzicht van deze Europese product richtlijnen. Afhankelijk van de machine kan bijvoorbeeld ook de EMC-richtlijn, de ATEX95-richtlijn en/of de PED-richtlijn van toepassing zijn.

Conclusie: Enkel aan de machinerichtlijn voldoen, is voor veel machinetypen onvoldoende.

Tijdens het ontwerp van een machine is het aan de fabrikant om te bepalen welke Europese productrichtlijnen er op zijn machine van toepassing zijn. Uiteraard moet de machine dan ook in overeenstemming met de eisen van de betreffende productrichtlijnen gebracht worden. De toegepaste richtlijnen zijn op de EG-verklaring van overeenstemming terug te vinden.

 

Misverstand 4: CE-keurmerk

De term ‘CE-keurmerk’ wordt vaak gebruikt om aan te geven dat een product of machine is voorzien van een CE-markering. De definitie van een keurmerk luidt als volgt:
‘een merkteken dat visueel is aangebracht en een kwaliteitsoordeel geeft van een product en welke wordt afgegeven door een betrouwbare partij’
Als we deze definitie spiegelen aan de CE-markering is snel duidelijk dat de CE-markering inderdaad visueel herkenbaar is aangebracht. Daarnaast zijn er bepaalde productsoorten of machinetypen die door een Notified Body gecertificeerd moeten worden (dit is te herkennen aan een specifiek nummer dat is aangebracht nabij de CE-markering). Een Notified Body kan zeker als een ‘betrouwbare partij’ gelden. In die situaties komt de CE-markering dus nog steeds overeen met de definitie. Dan wordt er nog het woord ‘kwaliteitsoordeel’ genoemd in de definitie. De CE-markering zegt echter niets over de kwaliteit van een product of machine. De CE-markering heeft ondanks dat er wel een indirect verband bestaat met kwaliteit, vooral betrekken op veiligheid en gezondheid.

Conclusie: De CE-markering is in veel gevallen een conformiteitsindicatie van de fabrikant.

Deze wordt vaak in eigen beheer aangebracht en kan hierdoor niet beschouwd kan worden als een ‘keurmerk’.

 


Misverstand 5: Beste klant, dan had u die veiligheidsfunctie maar niet moeten overbruggen.


Uiteraard heeft iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid als het gaat over het gebruik van een machine en het overbruggen van een veiligheidsfunctie. Deze verantwoordelijkheid begint echter bij de fabrikant (al denkt deze daar vaak anders over). Het komt zelfs geregeld voor dat een fabrikant bij afname van de machine foto’s maakt van alle veiligheidsschakelaars om te gebruiken als ‘bewijslast’ dat deze veiligheidsschakelaars niet overbrugd waren toen de machine werd geleverd. Soms worden deze foto’s ook opgenomen in de gebruiksaanwijzing.
Je moet je afvragen waarom die fabrikant dat doet: wat is de achterliggende gedachte? Grote kans dat de fabrikant weet dat in de praktijk bepaalde veiligheidsschakelaars overbrugd worden omdat bepaalde werkzaamheden van operators en onderhoudspersoneel anders praktisch erg moeilijk uitvoerbaar zijn. De machinerichtlijn schrijft echter heel duidelijk voor dat de fabrikant rekening moet houden met ‘redelijkerwijs voorzienbaar verkeerde gebruik’. Dus een fabrikant die inschat dat er een redelijke overbruggings- of omzeilingskans is, zal hiermee in de risicobeoordeling en in het ontwerp rekening moeten houden. De norm EN-ISO 14119, die eind vorig jaar is verschenen, gaat onder meer over ‘manipulatie’ van veiligheidsfuncties. Kort samengevat is de essentie van deze norm: wanneer u als fabrikant denkt dat er een redelijke kans bestaat dat de gebruiker baat heeft bij het overbruggen van een veiligheidsfunctie, dan moet u het ontwerp van de machine en/of de veiligheidsfunctie aanpassen!

Conclusie: Een fabrikant MOET rekening houden met redelijkerwijs voorzienbare verkeerde gebruik, en moet daar passende maatregelen op nemen.

Het is immers zijn verantwoordelijkheid een veilige machine op de markt te brengen. Uiteraard is de fabrikant niet als enige verantwoordelijk en draagt de werkgever / gebruiker van de machine een eigen verantwoordelijkheid. De werkgever is immers verantwoordelijk voor de veiligheid en de gezondheid van haar werknemers en mag uitsluitend veilige arbeidsmiddelen ter beschikking stellen en moet toezien op het veilige gebruik ervan.

Dit artikel is geschreven door Dennis van Loon, klik hier voor meer informatie over hem.

Neem contact met mij op

versturen

Of bel ons direct op

076 5040 340