Wijzen met het vingertje of kan het ook anders?

28/02/13

De belangrijkste leiderschapsprincipes zijn het ontwikkelen van een juiste basishouding, het scheppen van heldere verwachtingen, organiseren, leiding geven en sturen. De inspanningen van de leidinggevende zijn het meest effectief wanneer ze gericht zijn op het werk zelf. Te vaak horen we de uitspraak: ‘mijn manager zit de hele dag achter zijn bureau’. Dit geldt ook voor activiteiten rondom veiligheid. Hoe vaker de leidinggevende op de werkvloer aanwezig is (leiding geven) hoe sneller afwijkingen van de standaard (heldere verwachtingen) worden (h)erkend. Hoe effectiever het belang van een afwijking wordt geschat, hoe sneller er iets aan kan worden gedaan (sturen). Hoe effectiever het werk gemanaged wordt en hoe sterker het leervermogen van de organisatie.

Wacht niet met het toepassen van deze principes tot u alles perfect beheerst. Dan begint u er namelijk nooit aan. Begin direct. Vertel uw mensen over de plannen en betrek ze erbij. Zeg dat u ermee gaat beginnen en dat u vooral in het begin hun hulp nodig hebt. 

Praktijkvoorbeeld: de onwillige medewerker benaderen

Een leidinggevende gaat aan de slag met een onwillige medewerker die steeds afwijkt van gestelde veiligheidsregels ('shaping'). Een medewerker van de technische dienst is gewend om aan machines te werken zonder deze van de spanning af te schakelen. De medewerker doet dit al ruim 20 jaar op deze wijze. Dit gedrag is zo ingesleten (automatisch gedragspatroon) dat het moeilijk te veranderen is. De leidinggevende besluit om 'shaping' in te zetten. De eerste dag gaat de leidinggevende naar de medewerker toe en begint een gesprek over de hoofdschakelaar en de functie hiervan. Hij laat de medewerker uitleggen wat de functie is en ook wat de mogelijke gevaren zijn als de hoofdschakelaar niet goed wordt gebruikt. De leidinggevende geeft de medewerker een compliment en bedankt hem voor zijn duidelijke uitleg. 

De volgende dag laat de leidinggevende de nieuwe logout / tagout procedure aan de medewerker lezen en vraagt of hij de procedure eens kritisch wil bekijken en van commentaar wil voorzien. Aan het eind van de dag bespreken ze het commentaar. De leidinggevende geeft de medewerker een compliment en bedankt hem voor zijn commentaar.

De derde dag gaat de leidinggevende weer naar de medewerker op het moment dat de medewerker aan een machine gaat werken. Hij vraagt de medewerker of hij mag meekijken en of het mogelijk is deze klus eens precies volgens de logout / lagout procedure wil uitvoeren. De medewerker stemt in en gaat aan de slag. De leidinggevende geeft de medewerker een compliment en bedankt hem voor de demonstratie.

De vierde dag ziet de leidinggevende de medewerker aan een machine werken. Hij stapt naar de medewerker toe en ziet dat de hoofdschakelaar keurig in de ‘0’ stand is vergrendeld met een slot. De leidinggevende geeft de medewerker een compliment en bedankt hem voor het feit dat hij veilig aan het werk is.

Bron: Brainsafe® boek, in vijf stappen naar een sterke veiligheidscultuur, Paragraaf 4.5 Ontwikkeling van Leiderschap.

Neem contact met mij op

versturen

Of bel ons direct op

076 5040 340